Uitsluiting van residentieel vastgoed en bouwgronden
De voornaamste wijziging voor familiale vennootschappen in de nieuwe regeling betreft de expliciete uitsluiting van de waarde van residentieel vastgoed uit het gunstregime. Concreet wordt dit gerealiseerd door te gaan bepalen welk deel van de totale aandelenwaarde van uw familiale vennootschap vertegenwoordigd wordt door de waarde van het residentieel vastgoed. Op dit deel van de aandelenwaarde zullen de normale tarieven van de schenk- en erfbelasting van toepassing zijn; het gunstregime kan dus enkel nog worden toegepast op overige deel van de aandelenwaarde.
Residentieel vastgoed omvat alle onroerende goederen die bestemd zijn voor bewoning of daadwerkelijk voor bewoning worden gebruikt, inclusief bouwgronden. De Memorie van Toelichting bij het ontwerp benadrukt dat de feitelijke aanwending van residentieel vastgoed voor bedrijfsgerelateerde doeleinden geen afbreuk zal doen aan de uitsluiting ervan. Heeft u uw gezinswoning in uw vennootschap, maar gebruikt u de woning deels beroepsmatig, dan komt de waarde van de gezinswoning dus toch niet in aanmerking voor het gunstregime.
De uitsluiting geldt echter niet enkel voor residentieel vastgoed dat rechtstreeks door de familiale vennootschap wordt aangehouden, maar ook voor residentieel vastgoed dat onrechtstreeks wordt gehouden via één of meer deelnemingen van minstens 10% in dochtervennootschappen. Daarbij wordt de volledige groepsstructuur dus in aanmerking genomen.
Participaties van minder dan 10% worden als verwaarloosbaar beschouwd, waardoor de aanwezigheid van residentieel vastgoed in deze dochtervennootschappen buiten beschouwing blijft.
Op de uitsluiting van residentieel vastgoed in vastgoedvennootschappen zou één uitzondering gelden: familiale vennootschappen waarvan de omzet voor minstens 75% wordt gegenereerd door de uitoefening van een activiteit die betrekking heeft op residentieel vastgoed komen toch in aanmerking voor het gunstregime. Deze uitzondering doelt op vastgoedvennootschappen die op professionele wijze residentieel vastgoed verhuren of verkopen, zoals bepaalde projectontwikkelaars of vastgoedmakelaars Om misbruik te voorkomen, wordt hier wel nog een tewerkstellingsvoorwaarde aan gekoppeld. De familiale vennootschap die minstens 75% van haar omzet haalt uit residentieel vastgoed dient zowel in de drie jaar voorafgaand aan de schenking of het overlijden, als in de drie jaar na de schenking of het overlijden minstens één werknemer voltijds tewerk te stellen. Hierbij is het wel belangrijk om aan te stippen dat deze vennootschappen, net zoals elke andere familiale vennootschap ook effectief een economische activiteit moeten uitoefenen. Een vennootschap zonder reële economische activiteit blijft dus nog steeds uitgesloten van het gunstregime. De Memorie van Toelichting stelt in dit verband uitdrukkelijk dat het louter beheer van roerend of onroerende goederen niet wordt aanvaard als een reële economische activiteit.
De boekhoudkundige parameters uit de huidige regeling om het reëel karakter van de economische activiteit te toetsen, worden dus geschrapt. Met de expliciete uitsluiting van residentieel vastgoed uit het gunstregime acht de Vlaamse decreetgever deze aanvullende controle overbodig om oneigenlijk gebruik van de gunstregeling te vermijden.
Of de nieuwe regeling niet zal zorgen voor nieuwe problemen en discussies is nog maar de vraag. Op basis van de huidige ontwerpteksten zou een projectontwikkelaar die zijn omzet voor 50% haalt uit residentieel vastgoed en voor 50% uit commercieel vastgoed het gunstregime dus maar gedeeltelijk kunnen toepassen, terwijl een projectontwikkelaar die minstens 75% omzet genereert uit residentieel vastgoed wel integraal in aanmerking zou komen voor het gunstregime.
Of de omzet- en tewerkstellingscriteria bij holdingstructuren per vennootschap dan wel op geconsolideerde basis dienen te worden bekeken is op vandaag evenmin duidelijk: een familiale holding die twee 100%-dochtervennootschappen heeft die elk 50% van hun omzet uit residentieel vastgoed halen, zou slechts gedeeltelijk in aanmerking komen voor het gunstregime. Indien het vastgoed echter volledig zou worden gecentraliseerd bij één van de vennootschappen, kan het gunstregime mogelijk op de volledige waarde worden toegepast, hoewel er op geconsolideerde basis geen verschil zou zijn tussen beide scenario’s.
Daarnaast is het op vandaag bijvoorbeeld ook niet duidelijk hoe schulden in aanmerking moeten worden genomen bij de waardering van residentieel vastgoed.