Sinds de invoering van de Belgische groepsbijdrageregeling is er discussie over de verenigbaarheid van deze regeling met de Europese moeder-dochterrichtlijn (Richtlijn 2011/96/EU van 30 november 2011). De regeling voorkomt immers, in sommige gevallen, dat verlieslatende vennootschappen de aftrek van definitief belaste inkomsten (‘DBI’) kunnen toepassen op de ontvangen groepsbijdrage.
De Rechtbank van eerste aanleg van Luik heeft nu prejudiciële vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie (HvJ) om te beoordelen of deze beperkingen in strijd zijn met de moeder-dochterrichtlijn. De uitkomst van deze zaak zou meer duidelijkheid kunnen bieden (Luik 29 januari 2024, 22/4671/A; HvJ, pending case, C-135/24 - John Cockerill).