Naar hoofdinhoud gaan

      In ons vorige artikel bespraken we al de ingrijpende hervorming van het fiscaal gunstregime voor de overdracht van familiebedrijven.

      Sinds 1 januari 2026 geldt in Vlaanderen een hervormd fiscaal gunstregime voor de overdracht van familiebedrijven via schenking of erfenis. Deze hervorming, goedgekeurd door het Vlaams Parlement op 18 december 2025, brengt een aantal belangrijke wijzigingen met zich mee. Naar aanleiding hiervan publiceerde de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel) begin januari een uitgebreide FAQ en een nieuw aanvraagformulier, die meer duidelijkheid bieden over de toepassingsvoorwaarden en de aanvraagprocedure van het gunstregime. Eind februari verscheen bovendien een aanvulling op de FAQ, waarin bijkomende vragen en nieuwe aandachtspunten verder worden toegelicht.

      Belangrijkste wijzigingen en aandachtspunten

      Strengere voorwaarden voor residentieel vastgoed

      Het hervormde regime maakt het nog steeds mogelijk om bij een overdracht van aandelen van een familiebedrijf te genieten van gunstige tarieven in de schenk- en erfbelasting. De belangrijkste wijziging is dat residentieel vastgoed (zoals woningen en bouwgronden) voortaan expliciet van deze gunstregeling wordt uitgesloten.

      Vlabel verduidelijkt in een FAQ dat deze uitsluiting geldt, zelfs wanneer residentieel vastgoed (waaronder ook bouwgronden) in de praktijk voor bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt. Concreet komt het deel van de aandelenwaarde dat de waarde van residentieel vastgoed vertegenwoordigt binnen de familiale vennootschap, of in deelnemingen van minstens 10% in (klein)dochtervennootschappen, niet langer in aanmerking voor het gunsttarief. Over dit deel zijn dus de gewone tarieven van de schenkbelasting (3% of 7%) of de erfbelasting (progressieve tarieven tot 27%) verschuldigd.

      De FAQ licht toe dat de 10%-drempel wordt berekend op basis van een gewogen gemiddelde. Daarbij wordt gekeken naar het percentage van de aandelen dat de holding bezit in de dochtervennootschap. Heeft een moedermaatschappij bijvoorbeeld een belang van 20% in een dochtervennootschap die residentieel vastgoed aanhoudt, dan wordt bij een schenking of erfenis enkel over 20% van de waarde van dat residentieel vastgoed het gewone tarief toegepast, en niet over de volledige waarde van dat vastgoed.

      Daarnaast bevestigt Vlabel in de update dat landbouwgronden niet worden beschouwd als onroerende goederen die hoofdzakelijk voor bewoning worden gebruikt of bestemd zijn. Hetzelfde geldt voor industrie- en nijverheidsgronden. Indien er op dergelijke gronden toch gebouwen zouden staan die hoofdzakelijk voor bewoning zijn bestemd, dan wordt het deel van de aandelenwaarde dat overeenkomt met deze residentiële gebouwen alsnog uitgesloten van de gunstregeling.

      Wanneer een gebouw of perceel zowel privé als zakelijk wordt gebruikt (gemengd gebruik), wordt de bestemming per (gedeelte van een) kadastraal perceel beoordeeld.


      Uitzondering voor vastgoedvennootschappen

      Voor vastgoedvennootschappen bestaat een uitzondering op de algemene regels, op voorwaarde dat minstens 75% van hun omzet afkomstig is uit residentieel vastgoed én dat zij zowel drie jaar vóór als drie jaar ná de overdracht minstens één voltijdse werknemer in dienst hebben. Vlabel verduidelijkt dit in een aanvulling op de FAQ: deze werknemer moet verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst en mag ook de schenker, diens echtgenoot of echtgenote, of de toekomstige begiftigde zijn. Belangrijk is wel dat ook voor vastgoedvennootschappen de voorwaarde blijft gelden dat er een reële economische activiteit moet zijn. Het loutere beheer van vermogen volstaat niet.

      Toch blijven er enkele onduidelijkheden. Zo is het niet duidelijk hoe strikt de driejaarsvoorwaarde rond tewerkstelling wordt toegepast, bijvoorbeeld bij tijdelijk personeelsverloop.

      Op basis van de wetgeving is het niet helemaal duidelijk of de 75%-omzetdrempel bij familiale groepen op geconsolideerde basis of per individuele vennootschap moet worden beoordeeld. De gepubliceerde FAQ bevestigt echter dat de beoordeling van zowel de omzetdrempel als de tewerkstellingsvoorwaarde per afzonderlijke vennootschap moet gebeuren. Elke betrokken vennootschap moet dus apart minstens 75% van haar omzet uit residentieel vastgoed halen én minstens één voltijdse werknemer tewerkstellen.

      De FAQ verduidelijkt daarnaast dat onder “omzet” alle inkomsten uit de aankoop, verkoop, bouw of verhuur van residentieel vastgoed worden verstaan, vóór aftrek van kosten en belastingen, op het moment van de schenking of het openvallen van de nalatenschap.

      Vlabel verduidelijkt verder in zijn FAQ dat schulden of financieringslasten die specifiek voor residentieel vastgoed zijn aangegaan, niet mogen worden afgetrokken van de venale waarde van het vastgoed. Dit wijkt af van het gebruikelijke principe waarbij het geherwaardeerde nettoactief als basis dient voor de waardering van aandelen. Hierdoor kan een situatie ontstaan waarbij het belastbare bedrag hoger ligt dan de werkelijke waarde van de aandelen. 


      Intragroepsverhuur

      Ook bij (intragroeps- of externe) verhuur van bedrijfsmatig vastgoed blijft de voorwaarde van een reële economische activiteit van toepassing. Het bewijs van deze economische activiteit kan met alle mogelijke middelen worden geleverd. Aan deze basisvoorwaarde verandert dus niets. Enkel het deel van de waarde dat betrekking heeft op residentieel vastgoed wordt uitgesloten van de gunstregeling.


      Nieuw verplicht waarderingsverslag bij overdracht familiale vennootschap

      Vanaf 1 januari 2026 is het verplicht om bij elke schenking of erfenis waarvoor het gunstregime wordt aangevraagd, een waarderingsverslag te laten opstellen door een bedrijfsrevisor (die niet als commissaris binnen de vennootschap optreedt) of een gecertificeerd accountant. Dit verslag moet de verkoopwaarde van de aandelen van de familiale vennootschap vermelden, evenals de verkoopwaarde van elk residentieel onroerend goed waarop de vennootschap of haar dochtervennootschappen een zakelijk recht hebben. Het verslag moet ook duidelijk aangeven welk deel van de aandelenwaarde betrekking heeft op het residentieel vastgoed, zowel binnen de vennootschap zelf als via deelnemingen van minstens 10% in dochtervennootschappen, en welke waarderingsmethodiek werd gebruikt.

      Bij schenkingen moet het verslag gedateerd en ondertekend zijn vóór de datum van de notariële schenkingsakte. Het verslag, samen met andere relevante documenten zoals het aandelenregister, moet uiterlijk binnen zeven dagen na de eerste werkdag na registratie van de schenkingsakte aan Vlabel worden bezorgd. Voor schenkingsakten tussen 1 januari en 31 maart 2026 geldt een verlengde indieningstermijn van 60 dagen. Volgens de FAQ mag het verslag van vóór 1 januari 2026 dateren, op voorwaarde dat het voldoet aan de nieuwe regelgeving. Er is geen maximale geldigheidstermijn voor het verslag bij schenkingen zonder voorafgaand attest. De FAQ benadrukt dat de belastingplichtige zich op het moment van de schenking bewust moet zijn van de belastingplicht, de belastbare grondslag, het toepasselijke tarief, de vrijstellingen en eventuele verminderingen. De referentiedatum voor de waardebepaling van de aandelen ligt bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de datum van de schenkingsakte.

      De FAQ stelt verder dat de waardebepaling niet uitsluitend kan worden gebaseerd op de laatst goedgekeurde jaarrekening, aangezien deze mogelijk niet alle relevante en actuele gegevens bevat die van invloed zijn op de waarde op de referentiedatum. Daarom is het noodzakelijk om een tussentijdse balans op te maken waarin alle op dat moment bekende en relevante elementen worden opgenomen.

      Bij vererving moet het waarderingsverslag gedateerd en ondertekend zijn vóór de aangifte van nalatenschap en bij die aangifte worden gevoegd. Of dit in de praktijk haalbaar is, blijft afwachten, zeker bij grotere vennootschapsgroepen waar het identificeren en waarderen van residentieel vastgoed en de volledige vennootschapsgroep veel tijd kan vergen. De FAQ stelt dat Vlabel echter wel een flexibele houding zal opstellen bij het toekennen van uitstel voor het indienen van een aangifte van nalatenschap, wanneer de duur van de procedure dit noodzakelijk maakt. Belastingverhogingen die op dat moment van kracht zijn, blijven echter van toepassing. Indien uitstel wordt verleend en ook de verlengde termijn niet wordt gehaald, geldt een lagere belastingverhoging dan bij het overschrijden van de oorspronkelijke termijn.


      Voorafgaand attest

      Belastingplichtigen hebben nog steeds de mogelijkheid (geen verplichting) om bij Vlabel een zogenaamd ‘test-attest’ aan te vragen om te bevestigen of aan de voorwaarden voor het gunstregime is voldaan. Dit biedt familiale aandeelhouders de mogelijkheid om vooraf zekerheid te verkrijgen over de fiscale aanvaarding van de gehanteerde waardering, inclusief het aandeel dat toe te rekenen is aan residentieel vastgoed.

      In het kader van de erfbelasting wordt voorzien in een gelijkaardige mogelijkheid. Voorafgaand aan de indiening van de aangifte van nalatenschap kan een gelijkaardig attest worden aangevraagd ter bevestiging van de waardering van de aandelen, zoals opgenomen in het verslag van de bedrijfsrevisor of accountant. Indien een attest wordt aangevraagd, zal het bindend zijn voor Vlabel bij de berekening van de erfbelasting.

      Het nieuwe aanvraagformulier en de FAQ verduidelijken dat het waarderingsverslag een verplichte vormvereiste is die altijd bij de attestaanvraag moet worden gevoegd, ook als er geen residentieel vastgoed aanwezig is in de groep.


      Voorwaarden behoud gunstregime

      Daarnaast heeft de decreetgever de voorwaarden voor het behoud van het Vlaamse fiscale gunstregime verder aangescherpt. Dit betreft de zogenaamde “continuïteitsvoorwaarden”, die gedurende drie jaar na de overdracht strikt moeten worden nageleefd om het voordeel van het gunstregime niet te verliezen.

      Een van de belangrijkste voorwaarden is het uitkeringsverbod. Voor kapitaalvennootschappen houdt dit in dat het kapitaal gedurende drie jaar na de authentieke schenkingsakte of het overlijden van de erflater niet mag worden verminderd door uitkeringen of terugbetalingen. Bij kapitaalloze vennootschappen mag het bedrag van de inbrengen gedurende deze periode niet dalen tot onder het niveau van de inbrengen op het moment van de overdracht. In de nieuwe regelgeving is het uitkeringsverbod afgestemd op het arrest van het Hof van Cassatie van 13 december 2024. Indien het uitkeringsverbod wordt geschonden, wordt alsnog het gewone tarief in de schenk- of erfbelasting geheven op het bedrag waarmee het kapitaal of de inbrengen zijn verminderd, naar rato van het aantal overgedragen aandelen.

      Tot slot geldt dat, wanneer gebruik wordt gemaakt van de uitzondering voor vastgoedvennootschappen, ook de tewerkstellingsvoorwaarde gedurende drie jaar na de overdracht moet worden nageleefd. 


      Toekomstige restschenkingen

      De FAQ verduidelijkt dat alle hierboven vermelde wijzigingen eveneens van toepassing zijn op toekomstige restschenkingen die vanaf 1 januari 2026 plaatsvinden. Voor deze restschenkingen moeten zowel de voorwaarden voor het toepassen van het gunstregime als de belastbare grondslag worden vastgesteld op het moment van het overlijden van de eerste begiftigde, aldus de Vlabel.

      De verstrenging van het gunstregime inzake de overdracht van familiale vennootschappen zal de nodige voorbereidingen, een strakke tijdslijn en nauwgezette opvolging van de schenkingsakte en de aangifte nalatenschap vergen. Vlabel heeft de FAQ inmiddels voor het eerst aangevuld, en het is op dit moment niet duidelijk of er nog verdere aanvullingen of verduidelijkingen zullen volgen. Neem gerust contact met ons op om de impact voor de overdracht van uw familiale vennootschap samen te bespreken.

      Tillo Dumont

      Executive Director, Corporate Tax | Tax, Legal & Accountancy

      KPMG in Belgium

      Ontdek meer 

      Blijf op de hoogte

      Weet als eerste welke zakelijke trends uw bedrijf vooruithelpen.

      stay informed