Naar hoofdinhoud gaan

      Na een lange periode van stilstand werd het wetsontwerp tot hervorming van de personenbelasting goedgekeurd door de Kamer tijdens de nacht van 9 op 10 juli 2026. Het wetsontwerp werd ingediend op 17 december 2025, maar ondanks het feit dat het Parlement de stemming over urgentie had aangenomen op 15 januari ’26 heeft het wetgevend proces uiteindelijk toch meer dan 6 maanden geduurd.

      In deze update belichten we de belangrijkste maatregelen voor professionals in de comp & ben en global mobility sector, met bijzondere aandacht voor de herinvoering van auteursrechten voor IT-professionals en de invoering van een 20%-grens voor forfaitair gewaardeerde voordelen van alle aard

      1. Doel van de belastinghervorming

      De oorspronkelijke ambitie van de hervorming was om het complexe kluwen van fiscale regels en gefragmenteerde belastingvoordelen te vereenvoudigen. Het pakket dat nu werd goedgekeurd maakt die vereenvoudiging slechts gedeeltelijk waar, maar behoudt wel zijn centrale beleidsdoelstelling: met name het verhogen van het netto-inkomen voor belastingplichtigen die actief aan het werk zijn.

      2. Auteursrechteninkomsten: herinvoering voor de IT-sector

      Een van de meest opvallende maatregelen is de verduidelijking omtrent het fiscale gunstregime voor auteursrechten. Meer info daarover kan u in onze eerdere updates hierover terugvinden (NL/FR). In essentie komt het hierop neer:

      • Computerprogramma’s uitdrukkelijk opgenomen
        Computerprogramma’s komen nu uitdrukkelijk in aanmerking voor het gunstregime. Dit is bijzonder belangrijk voor softwareontwikkelaars, IT-consultants en ondernemingen die actief zijn in de digitale economie.
      • Belastingtarief van 15%
        De kwalificerende inkomsten uit auteursrechten worden belast aan een vast tarief van 15% als “roerende inkomsten”, voor zover aan alle voorwaarden is voldaan (begrensd bedrag; kwalificerende werken en documentatie). De oorspronkelijke forfaitaire kostenaftrek van maximaal 50% was reeds eerder aangepast, waardoor enkel nog belastingplichtigen met een kunstwerkattest in aanmerking kwamen. IT-profielen kunnen er daarom doorgaans geen toepassing meer van maken.

      • Inwerkingtreding
        De aanpassingen zijn van toepassing op inkomsten die vanaf 1 januari 2026 worden betaald. 

      3. Sancties voor “overmatig” gebruik van voordelen van alle aard

      De regering heeft twee sanctiemechanismen ingevoerd voor het overmatig gebruik van forfaitair gewaardeerde voordelen in het loonpakket. Het gaat meer specifiek over deze voordelen:  

      • Voordelen van alle aard gewaardeerd op basis van forfaitaire waarderingsmethoden (bv. bedrijfswagen, telefoon, kwalificerende aandelenopties);
      • Er is sprake van overmatig gebruik bij overschrijding van 20% van de totale bezoldiging (op basis van de fiscale fiches);
      • Er wordt berekend per categorie (ofwel op alle werknemersinkomsten, ofwel op alle bedrijfsleidersinkomsten);
      • Vrijgestelde sociale voordelen vallen buiten het toepassingsgebied.

      De sancties hangen af van het toepasselijke belastingregime:

      • In de personenbelasting en de rechtspersonenbelasting geldt een afzonderlijke heffing van 7,5% op het overmatige gedeelte van de voordelen van alle aard (d.w.z. het gedeelte boven 20%);
      • In de vennootschapsbelasting geldt de afzonderlijke heffing van 7,5% eveneens voor voordelen toegekend aan werknemers. Voor voordelen toegekend aan bedrijfsleiders is de sanctie anders. Daar wordt het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting (20% op de eerste 100.000 EUR winst) niet langer toegestaan.
      • De maatregel is van toepassing vanaf aanslagjaar 2027.

      De toepassing van de sanctiemechanismen zal voor de meeste grote werkgevers wellicht eerder de uitzondering zijn dan de regel. Voor managementvennootschappen daarentegen zal de 20%-grens vermoedelijk een stuk vaker overschreden worden. Hoewel de financiële impact op zich niet bijzonder groot zal zijn (ongeveer 5.000 EUR), komt de verhoging bovenop de eerder goedgekeurde maatregelen die de belastingdruk op VVPRbis-dividenden en liquidatiereserves al hebben verhoogd.

      4. Verscheidene aanpassingen aan bestaande regimes

      Naast bovenstaande maatregelen worden verschillende andere regimes in de personenbelasting aangepast. Hieronder enkele van de meest relevante wijzigingen: 

      De belastingvrije som wordt over een periode van vijf jaar verhoogd. Ze zal stijgen van 10.910 EUR (inkomsten 2025) naar 15.600 EUR (inkomsten 2030), waardoor de actieve bevolking een groter gedeelte van het inkomen belastingvrij ontvangt.

      Omdat de verhoging van de belastingvrije sommen in principe ook niet-werkende belastingplichtigen ten goede komt, vermindert het wetsontwerp tegelijk de belastingvoordelen voor pensioenen en vervangingsinkomsten, om werken financieel aantrekkelijker te maken. 

      De regels voor toeslagen op de belastingvrije som voor kinderen ten laste worden herzien om beter rekening te houden met de huidige sociale en economische realiteit. De toeslag voor de eerste twee kinderen wordt verhoogd en gelijkgetrokken vanaf inkomstenjaar 2029. De toeslag voor alleenstaande ouders wordt bovendien aangepast om feitelijk samenwonenden uit te sluiten.

      De toeslagen worden in principe jaarlijks geïndexeerd. Bij wijze van budgettaire maatregel zal de indexering gedurende vijf jaar worden bevroren, maar ze blijft wel behouden voor belastingvoordelen voor mensen met een handicap. 

      Doctoraatsstudenten worden formeel vergoed via ‘beurzen’. Dat inkomen is onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen, maar niet aan de personenbelasting. Door die vrijstelling konden doctoraatsstudenten en hun partners tot nu toe genieten van belastingvoordelen die niet voor hen bedoeld waren, zoals een belastingkrediet voor kinderen ten laste en de toepassing van het huwelijksquotiënt. De wetgever heeft deze belastingplichtigen nu uitgesloten van het toepassingsgebied van beide voordelen. 

      De hervorming pakt ook het huwelijksquotiënt aan. Het huwelijksquotiënt zorgt ervoor dat een deel van het beroepsinkomen van de ene echtgenoot belast wordt bij de andere echtgenoot indien die laatste een laag inkomen heeft (en dus lagere belastingtarieven geniet). De maatregel laat momenteel toe om jaarlijks maximaal 13.460 EUR[1] over te dragen, wat kan leiden tot een nettovoordeel van meer dan 7.000 EUR.

      Voor het gros van de belastingplichtigen wordt het jaarlijkse plafond over een periode van vier jaar gehalveerd (inkomstenjaren 2026-2029) en vervolgens op dat niveau bevroren.

      Voor echtgenoten die op 1 januari van het aanslagjaar 66 jaar of ouder zijn (67 jaar vanaf aanslagjaar 2031), zal het voordeel volledig uitdoven, al zij het over een langere periode. Het plafond wordt stapsgewijs afgebouwd over een periode van twintig jaar. Vanaf inkomstenjaar 2045 zal het voordeel volledig zijn afgeschaft.

      Voor beide categorieën wordt de indexering van de jaarlijkse plafonds bevroren vanaf inkomstenjaar 2026. Het mechanisme voor de overdracht van belastingvrije sommen tussen echtgenoten blijft evenwel behouden, waardoor de impact van de maatregel wordt gemilderd.

      De hervorming voert ook een permanente vrijstelling in voor vrijwillige overuren tot 240 uur, wanneer er geen toeslag wordt betaald. Specifiek voor de horecasector loopt de vrijstelling onder voorwaarden op tot 360 uren.

      Voor overuren met toeslag wordt het maximum waarvoor de belastingvermindering kan worden toegepast verhoogd tot 180 uur. De vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing wordt parallel aangepast. 

      Voor gepensioneerden die geen gebruik kunnen maken van flexi-jobs wordt een vast belastingtarief van 33% ingevoerd. Er geldt geen beperking op het totaal inkomen, maar het afzonderlijke tarief is enkel van toepassing op bezoldigingen van werknemers, niet op bv. inkomsten als zelfstandige. 

      De wetgever heeft een de-minimisvrijstelling ingevoerd van 2.000 EUR per jaar per belastingplichtige wat betreft diverse inkomsten die kwalificeren als abnormaal beheer van privévermogen (brutobedrag, aanslagjaar 2027). Met andere woorden: inkomsten tot 2.000 EUR worden onweerlegbaar vermoed te kaderen binnen “normaal beheer” en zijn als dusdanig vrijgesteld van belasting. Daarmee wil de regering rechtszekerheid bieden aan belastingplichtigen die occasioneel goederen verkopen via platformen zoals Vinted of Marktplaats.

      Voor inkomen boven 2.000 EUR is er daarom nog geen automatische belasting als divers inkomen. Enkel meerwaarden die kwalificeren als “abnormaal beheer van privévermogen” zijn belastbaar als diverse inkomsten, zoals vandaag reeds het geval is. Wanneer de som echter 2.000 EUR overschrijdt, kan het volledige bedrag worden belast indien de verrichtingen worden gekwalificeerd als abnormaal beheer. 

      Er wordt een specifieke “ondernemersaftrek” ingevoerd voor zelfstandigen. Deze laat toe om vanaf inkomstenjaar 2027 10% van de baten of winsten[2] vrij te stellen, tot ca. 620 EUR[3]. Zo wil de regering ondernemerschap aanmoedigen. 

      De verplichting tot voorafbetalingen voor zelfstandigen wordt afgeschaft vanaf inkomstenjaar 2026, terwijl het systeem van “bonificaties” bij vrijwillige voorafbetalingen blijft bestaan. Ook de timing van de voorafbetalingsperiode wordt gewijzigd: er wordt een vijfde voorafbetalingsperiode ingevoerd die loopt van 21 december tot 20 februari van het volgende jaar.

      Zelfstandig bedrijfsleiders blijven daarentegen verplicht voorafbetalingen te doen voor inkomsten waarvoor geen bedrijfsvoorheffing werd ingehouden. 

      De hervorming verhoogt ook de minimumbezoldiging voor bedrijfsleiders om te kunnen genieten van het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting op de eerste 100.000 EUR winst. De minimumbezoldiging wordt verhoogd van 45.000 EUR tot 50.000 EUR (ondertussen reeds geïndexeerd naar 51.000 EUR).

      De bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid zal niet langer per koppel worden berekend, maar op individueel niveau (vanaf inkomstenjaar 2028). 

      De hervorming heeft als doel de personenbelasting te verlagen. Daardoor zullen ook de gemeentebelastingen worden beïnvloed. De regering krijgt daarom de discretionaire bevoegdheid om een correctiefactor vast te leggen die zal worden toegepast op het totale bedrag van de gemeentebelastingen, om de verwachte verliezen zo te compenseren. 

      Onderhoudsuitkeringen die als kapitaal worden betaald, worden jaarlijks belast via een fictieve rente. Aangezien de belasting van periodieke onderhoudsuitkeringen reeds werd aangepast (geleidelijk van 80% naar 50% over drie jaar), zijn die wijzigingen nu ook doorgevoerd voor betalingen van onderhoudsuitkeringen als kapitaal.

      Wat betekent dit voor u?

      • De rulingaanvragen voor auteursrechten bij IT-profielen kunnen nu eindelijk worden ingediend.
      • Ondernemingen waarvan de loonpakketten een grote hoeveelheid voordelen van alle aard en aandelenopties bevatten, doen er goed aan hun beloningsbeleid te bekijken om na te gaan of er een risico bestaat dat de 20%-drempel wordt overschreden. Dat is in het bijzonder belangrijk voor managementvennootschappen.
      • De totale belastingdruk voor personen kan aanzienlijk worden beïnvloed door de combinatie van deze wijzigingen, afhankelijk van hun individuele situatie. 

       

      [1] Geïndexeerd bedrag 
      [2] Het bedrag van de baten of winsten wordt gecorrigeerd om bepaalde inkomenscomponenten buiten beschouwing te laten
      [3] Dit zou het geïndexeerde bedrag zijn op basis van de huidige indexeringscijfers

      Olivier Vanneste

      Partner, Head of People Services | Tax, Legal & Accountancy

      KPMG in Belgium


      People Services

      Expertise in internationale tewerkstelling, immigratie, verloning, fiscaliteit, sociale zekerheid en arbeidsrecht.
      People Services

      Blijf op de hoogte

      Weet als eerste welke zakelijke trends uw bedrijf vooruithelpen.

      stay informed