Auto's voor korte duur in de praktijk
In de ruling wordt een onderscheid gemaakt tussen twee verschillende scenario's. In het eerste scenario wordt gekeken naar de situatie waarin naast de reguliere bedrijfswagen ook een kortlopende huurauto ter beschikking wordt gesteld aan de werknemer. In dat geval moet een extra voordeel alle aard worden berekend bovenop het normale voordeel.
Het tweede scenario betreft de situatie waarin de werknemer de gewone bedrijfswagen op de parking van de onderneming parkeert of de wagen teruggeeft aan de leasemaatschappij en de sleutels teruggeeft tijdens de periode dat de kortetermijnwagen ter beschikking wordt gesteld. Alleen het voordeel van alle aard voor de huurwagen moet tijdens die periode in aanmerking worden genomen. Het voordeel van alle aard met betrekking tot de gewone bedrijfswagen kan worden geschorst.
Dit voordeel voor de kortetermijnwagen is niet onderworpen aan de sociale zekerheid van de werknemers, maar de standaard bijzondere bijdrage voor de werkgever wordt nog steeds berekend op het CO2-tarief.
Ten slotte kan een huurwagen van korte duur ook ter beschikking worden gesteld in het kader van de tweede pijler van het federale mobiliteitsbudget. Wanneer de huurwagen van korte duur (maximum 30 dagen) ter beschikking wordt gesteld in het kader van de tweede pijler, is er in geen enkel scenario sprake van een voordeel in natura. Dit wordt bevestigd in de FAQ over het mobiliteitsbudget.