Naar hoofdinhoud gaan

      Het systeem van het mobiliteitsbudget, dat oorspronkelijk werd ingevoerd bij de wet van 17 maart 2019, werd gewijzigd. De nieuwe regels zijn van toepassing vanaf 1 januari 2022.

      Ter herinnering: het huidige mobiliteitsbudget biedt werknemers die beschikken over een bedrijfswagen of hiervoor in aanmerking komen:

      • de mogelijkheid om hun bedrijfswagen in te leveren (of ervan af te zien) of te kiezen voor een meer milieuvriendelijke wagen (pijler 1);
      • de mogelijkheid om het budget te besteden aan duurzame vervoersmiddelen binnen pijler 2. De uitgaven die onder deze pijler vallen, zijn volledig vrijgesteld van belastingen en sociale zekerheidsbijdragen;
      • de mogelijkheid om het resterende budget in geld te ontvangen (pijler 3). Op dit bedrag is enkel een bijzondere sociale zekerheidsbijdrage van 38,07% verschuldigd en het is volledig vrijgesteld van belastingen.

       

      Hieronder vindt u een beknopt overzicht van de belangrijkste wijzigingen aan de bestaande regelgeving inzake het mobiliteitsbudget.

      Verduidelijking van de berekeningswijze van het mobiliteitsbudget

      Een koninklijk besluit zal meer duidelijkheid verschaffen over de berekening van het mobiliteitsbudget. Daarbij zal kunnen worden gekozen tussen een berekening op basis van de werkelijke kosten en een forfaitair bedrag.De nieuwe wetgeving voert bovendien nieuwe grenzen in voor het mobiliteitsbudget. Het budget moet voortaan binnen een vork van EUR 3.000 tot EUR 16.000 blijven en mag daarnaast niet hoger zijn dan 20% van het brutojaarsalaris van de werknemer.

      Wanneer een werknemer de wagen ook voor professionele verplaatsingen gebruikt, wordt nu uitdrukkelijk bevestigd dat de kosten die verband houden met dit professioneel gebruik van het mobiliteitsbudget mogen worden afgetrokken, op voorwaarde dat deze beroepskosten bovenop het mobiliteitsbudget afzonderlijk aan de werknemer blijven worden terugbetaald.

      Afschaffing van de wachtperiode

      De voorwaarde dat de werknemer gedurende minstens 12 maanden in de 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag én gedurende minstens 3 maanden op het ogenblik van de aanvraag moest beschikken over een bedrijfswagen of hiervoor in aanmerking moest komen, werd afgeschaft. Een werknemer kan voortaan dus onmiddellijk instappen in het mobiliteitsbudget, zonder eerst een wachtperiode te moeten doorlopen.

      Uitbreiding en actualisering van de duurzame vervoersmiddelen binnen pijler 2

      De werkgever moet minstens één keuze binnen pijler 2 aanbieden. De lijst van duurzame vervoersmiddelen werd uitgebreid en geactualiseerd. Deze omvat voortaan bijvoorbeeld:

      1. Aankoop, huur, leasing of financiering van een fiets.
      2. Aankoop van accessoires ter bescherming van de bestuurder (bv. een fietshelm).
      3. Elektrische driewielers en vierwielers.
      4. Abonnementen op het openbaar vervoer voor gezinsleden.
      5. Parkeerkosten die verband houden met het gebruik van het openbaar vervoer.
      6. De afstandsvoorwaarde voor de terugbetaling van huisvestingskosten werd verhoogd van 5 km naar 10 km. Ook de kapitaalaflossingen van een hypothecair krediet kunnen voortaan in aanmerking worden genomen.
      7. ...

       

      KPMG kan u ondersteunen bij de volledige fiscale en juridische implementatie van het mobiliteitsbudget en u adviseren bij de overgang naar een toekomstbestendig mobiliteitsbeleid.

      Olivier Vanneste

      Partner, Head of People Services | Tax, Legal & Accountancy

      KPMG in Belgium

      People Services

      Expertise in internationale tewerkstelling, immigratie, verloning, fiscaliteit, sociale zekerheid en arbeidsrecht.
      People Services

      Blijf op de hoogte

      Weet als eerste welke zakelijke trends uw bedrijf vooruithelpen.

      stay informed